![]() |
![]() | |||||||||
![]()
|
DruivensoortenVitis Vinifera is de Latijnse benaming voor die wijnstokken waarvan het druivensap onder gisting omgezet wordt in wijn. De Vitis Vinifera is oorspronkelijk afkomstig uit het Midden-Oosten waar men begon met het cultiveren ervan. In de loop der tijd is de Vitis Vinifera overal aangeplant en zijn er ontelbare klonen en soorten, of liever variëteiten, ontstaan, waarvan de meeste zich in Europa bevinden. AanplantDe wijnstokken gedijen het best in klimatologisch gematigde gebieden op een hoogte tussen de 200 en 600 meter . Zelden worden er wijnstokken in hoger gelegen gebieden aangeplant. In Italië vormt de Valle D’Aosta hierop een uitzondering. Hier bevinden de wijngaarden zich op meer dan 1.000 meter hoogte, aangeplant tegen de steile berghellingen. Bodemsoort, ligging en temperatuur zijn bepalend voor het eindresultaat. Een zanderige, kiezelrijke grond brengt doorgaans frisse wijnen voort die jong gedronken worden, terwijl de wijnen van kalkrijke, kleiachtige grond rijkere wijnen voortbrengen die langer bewaard kunnen worden. De ligging van de wijngaarden is belangrijk voor de mate van ontwikkeling van de druiven. Over het algemeen gedijt de wijnstok beter op heuvelachtig terrein dan in de vlaktes. De ventilatie, nodig om rotting van de druiven te voorkomen, is hier beter en het grotere verschil in dag- en nachttemperatuur is noodzakelijk voor de optimale ontwikkeling van aroma’s. Gelegen op de zuidhellingen profiteren de druiven optimaal van de zon en rijpen het beste. Italië profiteert in hoge mate van de matigende werking van de Middellandse Zee, waarmee zij per slot van rekening grotendeels omgeven is. Het rigoureus rooien van wijngaarden en een navenant streng snoeibeleid heeft mede geleid tot een enorme sprong voorwaarts in de kwaliteit van Italiaanse wijnen. |