Wijnwetgeving

Pas in de 19 e eeuw werd wijn een handelsartikel dat naar diverse delen van de wereld geëxporteerd kon worden. Daarvóór werd wijn vrijwel uitsluitend in eigen land, of liever nog in eigen regio, geconsumeerd. Eind 19 e eeuw groeide in Italië in wetenschappelijke kringen de aandacht voor vinificatieprocessen en -technieken. Met het ontstaan van een mondiale wijnmarkt waarin de rol van Italië lange tijd die van grootste wijnleverancier was, werd ook de noodzaak geboren voor een zekere garantie over de herkomst van de wijnen.

Er werden grenzen vastgesteld voor productiezones van bepaalde wijnen, waarmee de eerste oorsprongsbenamingen een feit waren. Een en ander leidde in 1963 tot het ontstaan van de Denominazione di Origine Controllata, de gecontroleerde oorsprongsbenaming voor wijnen uit wettelijk vastgestelde productiezones en gemaakt volgens wettelijk vastgelegde productievoorschriften.

Maar onvrede over het systeem groeide gestaag. Het systeem zou teveel op traditionele methoden zijn gebaseerd waardoor producenten die meer in moderne technieken zagen met de classificatie van hun wijnen in moeilijkheden konden komen. Vooral de succesvolle experimenten met internationale druivensoorten al dan niet in combinatie met de inheemse variëteiten maakten een herziening van de bestaande wet noodzakelijk. De steeds heftiger wordende concurrentiestrijd tussen de diverse wijnlanden in Europa en de zogeheten Nieuwe Wijnlanden (Noord- en Zuid-Amerika, Australië, Nieuw- Zeeland en Zuid-Afrika) brachten een kentering in de Italiaanse wijnwereld teweeg. Wilde Italië zich handhaven als één van de belangrijkste wijnlanden ter wereld, dan moest definitief afgerekend worden met het imago van leverancier van bulkwijnen. Het accent werd verlegd van kwantiteit naar kwaliteit.

Wet ‘164’

Dit resulteerde in 1992 tot de invoering van de ‘Wet 164’ ook wel de ‘Wet van Goria’ genoemd naar de toenmalige Minister van Landbouw. Het doel van de wet is om, naast het uitoefenen van een strenge controle op alle facetten van de wijnbouw, het aantal geclassificeerde wijnen te vergroten.

De nieuwe wijnwet heeft zeker geleid tot een substantiële verbetering van de kwaliteit van Italiaanse wijnen. Het terugdringen van de productie per hectare is misschien wel de belangrijkste verandering in de Italiaanse wijnbouw geweest in de afgelopen 25 jaar, ten gunste van de kwaliteit. Producenten voelen zich gestimuleerd tot het continu verbeteren van hun wijnen, het experimenteren met nieuwe of andere druivenvariëteiten en productiemethoden om zo de concurrentie met andere wijnlanden aan te gaan.

VdT – Vino da Tavola

De term Vino da Tavola refereert aan gewone wijnen zonder oorsprongsbenaming. Er zijn geen regels voor de productie van deze wijnen, buiten de algemene regelgeving ten aanzien van veiligheid en hygiëne om. De gebruikte druiven kunnen uit diverse gebieden van Italië, en zelfs daarbuiten, afkomstig zijn. De tafelwijnen zijn meestal blends van verschillende variëteiten.

Op het etiket zijn onder andere de volgende vermeldingen verplicht:

  • Flesnummer
  • Vino da Tavola
  • Inhoud in liters
  • Gegevens van de bottelaar (naam en plaats van vestiging)
  • Alcoholgehalte

Facultatief is de vermelding van

  • Kleur
  • Merk van de wijn
  • Suggesties voor het gebruik van de wijn

Vlak na de invoering van het DOC-systeem kwamen er naast de gewone tafelwijnen ook ineens behoorlijk prijzige ‘tafelwijnen’ op de markt. Deze Vini da Tavola waren het resultaat van experimenten met andere dan de voorgeschreven druivenvariëteiten door een select groepje vooraanstaande producenten. Zij voelden zich gevangen in de strikte regelgeving van het DOC-reglement en weken af van de voorschriften. Gevolg was dat zij voor hun, door critici in binnen- en buitenland geprezen, wijnen geen DOC–erkenning kregen en de wijnen dus als Vino da Tavola op de markt moesten brengen. Nu kunnen zij in elk geval rekenen op een officiële erkenning in de vorm van een IGT.

IGT- Indicazione Geografica Tipica

Eén van de meest innovatieve aspecten van de nieuwe wet is de invoering van de classificatie IGT (indicazione geografica tipica – indicatie van geografische oorsprong). De elementen die kenmerkend zijn voor de IGT-wijnen zijn de aanduiding van het geografische gebied (bijvoorbeeld Latium of de Veneto), van de gebruikte basisdruif en van het oogstjaar. De wijnen moeten voor minstens 85% afkomstig uit het geografische gebied waarvan zij de naam dragen en moeten beantwoorden aan de criteria die zijn opgenomen in de voor iedere IGT afzonderlijke productievoorschriften, zoals:

  • de maximum opbrengst druiven per hectare
  • de maximum opbrengst aan wijn
  • het alcoholgehalte van de wijn
  • de druivensoorten die gebruikt mogen worden .

Op het etiket zijn de volgende vermeldingen verplicht:

  • IGT
  • Naam van het gebied

Facultatief zijn onder andere de volgende vermeldingen:

  • Druivensoorten (max. 2)
  • Oogstjaar

Deze regeling stelt wijnmakers in DOC-gebieden in staat om af te wijken van de aldaar heersende DOC-voorschriften en bijvoorbeeld cépagewijnen (wijnen van één druivenvariëteit) te maken van inheemse of internationale variëteiten zonder deze onmiddellijk als Vino da Tavola op de markt te moeten brengen. De IGT garandeert in deze de herkomst van de druiven, maar laat de producent een zekere vrijheid in productiemethode Er zijn momenteel 118 wijnen met een IGT classificatie.

DOC -Denominazione di Origine Controllata (Gecontroleerde Herkomstbenaming)

De Toscaanse Vernaccia di San Gimignano is in 1966 de eerste wijn die de DOC-status ontvangt. Hierna volgen er nog 369, waarvan er inmiddels 48 (deels of geheel) gepromoveerd zijn tot DOCG. Er zijn dus nu (anno 2010) 322 DOC-wijnen.

Een wijn met een DOC-toekenning staat voor een kwaliteitswijn met een gecontroleerde oorsprongsbenaming. In de productievoorschriften voor deze classificatie zijn de volgende onderdelen opgenomen:

  • omschrijving/afbakening van de productiezone;
  • vereiste en toegestane druivenvariëteiten in %;
  • typologie van de bodemgesteldheid;
  • maximale druivenopbrengst per wijnstok per hectare en maximale wijnopbrengst (om overproductie en daarmee kwaliteitsverlies van de wijn tegen te gaan);
  • vinificatietechnieken en rijpingstijd en –wijze (op welk type houten vaten, in tanks en/of op fles);
  • basiskarakteristieken van de wijn in kleur, geur en smaak
  • zuurgehalte, minimale alcoholgehalte, eventuele restsuikers

Op het etiket zijn de volgende vermeldingen verplicht:

  • DOC
  • Naam van de productieregio

Facultatief zijn de volgende vermeldingen:

  • Subzones
  • Soort product (bijv. Vin Santo etc.)
  • Productiemethode (bijv. vendemmia tardiva)
  • Extra aanwijzingen op het etiket zoals: Classico - voor wijnen uit het meest oorspronkelijke deel van een productiegebied (denk aan Chianti Classico); Riserva – voor wijnen die een langere wettelijke rijpingstijd hebben gehad; Superiore – voor wijnen met een hoger alcoholgehalte dan hun naamgenoten zonder de toevoeging Superiore. Zowel ‘Riserva’ als ‘Superiore’ impliceren een hogere kwaliteit

De controle op de naleving van het reglement wordt uitgevoerd door de overkoepelende Consortia, de daartoe bevoegde ministeriële instanties en anti-fraude instellingen. Alle wijnproducenten die aanspraak wensen te maken op een DOC-erkenning moeten het aantal wijngaarden en de daaraan gerelateerde opbrengst per hectare laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel. DOC-wijnen die vijf jaar lang van onvoldoende kwaliteit blijken te zijn, kunnen gedegradeerd worden tot IGT.

Ondanks de inburgering van de term DOC is er bij de consument nog wel eens verwarring over de betekenis ervan. Veelal wordt de term gerelateerd aan kwaliteit, wat in zekere zin juist is, maar feitelijk garandeert de term uitsluitend de herkomst van de druiven en de gebruikte productiemethoden.

DOCG

De ‘G’ achter de Denominazione di Origine Controllata staat voor ‘Garantita’ en garandeert daarmee een zekere superieure kwaliteit van de wijn. In 1980 werd deze benaming ingevoerd en toegekend aan 4 wijnen van superieure kwaliteit uit Toscane en Piemonte die hun sporen op de internationale wijnmarkt al ruimschoots hadden verdiend: Brunello di Montalcino en Vino Nobile di Montepulciano (beide uit Toscane), Barolo en Barbaresco (beide uit Piemonte). Vandaag de dag - anno 2010 - telt Italië 48 DOCG’s.

Strikt genomen moet een DOCG aan strengere eisen voldoen dan het reglement voor een DOC voorschrijft. Eén van de belangrijkste verschillen is de opbrengst per hectare die voor een DOCG-wijn lager is dan voor de DOC-classificatie. Daarnaast moet een DOCG minstens een “leertijd” van 5 jaar doormaken als DOC. Voordat een DOCG-wijn in de handel gebracht mag worden moet hij de volgende 2 tests met goed gevolg hebben afgelegd: de eerste test wordt uitgevoerd tijdens de productiefase waarbij de wijnen een chemische en proeftechnische analyse ondergaan. Er wordt bekeken of de wijn voldoende stoffen (polyfenolen, suikers en zuren) bevat om in aanmerking te komen voor de classificatie DOCG. De tweede test wordt uitgevoerd nà botteling en rijping. Nu wordt aan de hand van een proeftechnische test gecontroleerd of de wijn ook daadwerkelijk die karakteristieken heeft ontwikkeld die kenmerkend zijn voor die specifieke DOCG-wijn, en bekeken of de wijn goed in balans is. Indien de wijn aan de gestelde eisen voldoet krijgt de wijn de befaamde DOCG-banderol. DOCG-wijnen moeten gebotteld worden in flessen van maximaal 5 liter .

Op het etiket zijn de vermeldingen DOCG en het oogstjaar verplicht. Facultatief zijn de vermeldingen die ook gelden voor de DOC wijnen.

Wijnen die niet aan de strenge eisen voldoen worden gedeclasseerd en gaan als DOC de markt op. Duidelijke voorbeelden hiervan zijn de Rosso di Montalcino en de Rosso di Montepulciano, respectievelijk de minder geslaagde exemplaren (maar meestal nog steeds van goede kwaliteit) van de Brunello di Montalcino en de Vino Nobile di Montepulciano.

Deze pagina printen